Geen woorden maar daden.

Je kunt er eindeloos over blijven denken, maar het gaat om bewegen, om DOEN

Geen woorden maar daden

Het sociale innovatie gat

Geschreven door: 

Nederlandse ondernemers halen te weinig maatschappelijk rendement uit de technische en sociale innovaties die de afgelopen jaren ruim gesubsidieerd werden. Dat is jammer, want gemeenschapsgeld toekennen met als enig resultaat winstoptimalisatie van bedrijven, of het verbeteren van hun concurrentiepositie, zonder dat de belastingbetaler er iets aan heeft, jaagt de burger alleen maar op kosten.  Als antwoord hierop wil de overheid snijden in subsidies, maar doorpakken op reeds gedane investeringen zou een beter antwoord zijn. Als we een paar voorbeelden op een rij zetten wordt dit fenomeen pijnlijk zichtbaar.

Zo is de belangstelling voor biologisch afbreekbare bloempotten groot en deze bestaat al een aantal jaren. Een commercieel bedrijf wist in samenwerking met de Universiteit van Wageningen en het Ministerie van LNV en SenterNovem als financiers een biologisch alternatief te brouwen dat qua prijs, gewicht en gebruiksgemak in de buurt kwam van de traditionele plastic bloempot. Dit project laat zien dat biologisch afbreekbare bloempotten kunnen voldoen aan de hoge kwaliteits-  en bedrijfseconomische eisen. Het resultaat leidde tot gebruik in nichemarkten. In de mainstream wordt echter nog steeds gerecycled polypropeen (PP) gebruikt en het “cradle to cradle” principe, het recyclen van het eigen product, wordt niet toegepast. Dat betekent dat tuinders in Nederland ruim drie miljard plastic bloempotjes per jaar gebruiken. Dat is goed voor zo’n 30.000 ton PP per jaar. Voor de productie van één kilo PP is twee kilo aardolie nodig. In totaal dus 60.000 ton olie per jaar en eenmaal geproduceerd komen we niet meer van dat plastic af. De reden dat sociale innovatie uitblijft wordt veroorzaakt door een verstrikking in het ooit zelf gesponnen web dat in de ‘oude wereld’ ooit ruime winsten opleverde. Men wil nu wel anders, maar kan zonder sociale innovatie hulp van buitenaf niets beginnen. Continuïteit, concurrentiekracht op de korte termijn en werkgelegenheid zijn de dominerende factoren.

Een ander voorbeeld van gebrek aan sociale innovatie is te vinden bij de 418 Woningcorporaties die Nederland rijk is. Nu de trend is ingezet naar kleinere bedrijven die dichter bij hun klanten staan, gaan woningcorporaties gewoon door met fusie plannen, terwijl de markt is teruggekomen van de zogenaamde efficiëntie optimalisatie door schaalgrootte. Integratie op computerdata niveau lijkt logischer nu databases en softwareprogramma’s door technologische innovatie ‘in the cloud’ (ergens op een Internetserver) kunnen draaien. Simpel gezegd, fuseren zonder te fuseren. Een tweede trend, binnen de branche, is het outsourcen van woning onderhoud. Je zou verwachten dat die twee trends integraal kunnen worden opgepakt door een goede besteding van gemeenschapsgeld. De vraag is of dat wel gebeurt. Probleem in deze sector is namelijk dat de kennis op dit gebied door IT-bedrijven op conventionele wijze wordt ingezet ter verbetering van de eigen concurrentie positie en dat terwijl software ontwikkeling met subsidie van De stichting Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW) tot stand kwam. Daarnaast storten aannemers die weinig nieuws te bouwen hebben zich begrijpelijkerwijs op deze outsourcing markt en weten hun belang te koppelen aan dat van de software ontwikkelaars. Dat is niet verkeerd, maar ook niet voldoende. De vraag is namelijk of Woningcorporaties door deze vorm van sociale innovatie niet te afhankelijk worden van commerciële partijen en dat terwijl zij zelf een belangrijk deel van de investering droegen. Een sociaal innovatieplan dat betrokken partijen verbindt aan een hoger doel kan hier uitkomst bieden.

De lijst wordt eindeloos lang wanneer gespit wordt in gesubsidieerde projecten uit het recente verleden. Daar vinden we onder andere een prachtige nieuwe bouwmateriaal van kokosvezels, een alternatief voor MDF en zelfs veel hoogwaardiger. Kokosvezel is een afvalproduct van de kokosolie industrie. Ook hier was de Universiteit van Wageningen leidend. Er werd zelfs een fantastische testfabriek gebouwd op de Filipijnen. Het product is geweldig, maar de testfabriek is gesloten en het veelbelovende materiaal is nog steeds niet beschikbaar. De reden is simpel. Op een andere manier geld verdienen was bij nader inzien toch aantrekkelijker. De subsidie heeft dus nog niet gezorgd voor enig rendement, terwijl subsidieaanvragen als eerste getoetst horen te worden aan de vraag in de markt. Die vraag is echter niet vanzelfsprekend. Onderzoek mag uitwijzen dat die vraag bestaat, maar is tot op heden geen enkel bedrijf dat de extra moeite wil doen om dit product in de markt te zetten. Het vinden van een groene investeerder lijkt een logische stap, maar deze is nog niet gevonden.  

Dramatisch is deze ontwikkeling geenszins. Er licht aan het einde van onze tunnelvisie. Nederland is sinds vandaag één Coöperatieve Vereniging rijker(red: en dat is niet de enige zie verder in dit artikel). De naam is BLESSinc. Veel sociale innovatieprojecten met potentie worden nu met vereende krachten opgepakt. BLESSinc heeft geen winstoogmerk. Eventuele winsten worden weer volledig ingezet voor volgende projecten op het gebied van sociale innovatie. Op de vraag of BLESSinc geheel zonder subsidie werkt is het antwoord: “We maken waar mogelijk gebruik van subsidie. Deze subsidie heeft echter geen zin als betrokken partijen niet ook zelf willen investeren in een gemeenschappelijke aanpak. Dit werd in het verleden vaak nagelaten. Als het subsidiegeld op was hield de innovatie grotendeels op te bestaan”. BLESSinc stapt met deze aanpak in een enorm gat in de markt van sociale innovatie. De reden waarom deze projecten alsnog zouden kunnen slagen zit opgesloten in de kern van deze nieuwe organisatie. Het groepsbewustzijn en dat van de afzonderlijke leden is hoog. Door innovatie- c.q. projectpartners te verbinden aan een hoger doel en te beseffen dat niet de focus op winst maar een focus op bijdrage investeringen laat renderen zijn belangrijke pijlers onder dit concept.

Naast deze projectmatige aanpak levert BLESSinc ook diensten die passen rond sociale innovatie. Een project dat tot efficiëntie verbetering leidt in de bedrijfsvoering van projectpartners kan mobiliteit van werknemers veroorzaken. Het begeleiden van deze arbeidsmobiliteit is een van de HR-diensten van BLESSinc. Waar een innovatieproject leidt tot omzetstijging kan de behoefte aan meer personeel ontstaan. En voor werknemers die voortaan zelfstandig willen opereren is er een aansluiting mogelijkheid bij BLESSinc zelf. Ook voor het vinden van investeringsruimte biedt BLESSinc mooie diensten aan. Een inkoopspecialist, een registeraccountant, een marketing professional en een subsidie-expert werken samen aan creatieve financiële oplossingen zodat er geen kredieten van banken nodig zijn. Dat is in deze tijd waarin banken zich, onder druk, nog steeds onttrekken aan hun sociale functie een zegen.

Grappig genoeg is het door BLESSinc ontwikkelde concept op zichzelf niet geheel nieuw. Als we teruggaan in de geschiedenis stuiten we op de ziel van Raiffeisen en die van de Boerenleenbank.

PK² Selfmanagent stimuleert de aanpak van BLESSinc, inspireert de leden en bewaakt de ziel van dit prachtige initiatief. Ben je geinteresseerd en wil weten in welk perspectief je dit artikel mag zien en hoe onze samenleving verandert, lees dan ook “Leiders en leugenaars”

Daarna is het voor een complete beeldvorming fantastisch om de volgende TV-programma's van vandaag te bekijken bij 'programma gemist':

- 'Een vandaag' (vanaf 20:40 minuten over item E-laden)

- De slag om Nederland

- Tegenlicht